De tweede stap in het brouwen van je eigen bier is maischen. Maischen is het mengen van de mout met warm water. Hierdoor wordt het zetmeel omgezet in suiker.

Maischen is cruciaal voor het eindresultaat. In deze stap bepaal je namelijk hoe droog en alcoholisch je bier wordt, maar ook hoe zoet en vol je bier wordt. Dit heeft alles te maken met de temperatuur en de tijd dat je maischt in deze temperatuur.

Beta-amylase

De Beta-amylase fase bepaalt de droogte en de hoeveelheid alcohol in je bier. Deze fase wordt bereikt op een temperatuur van 61-66 graden. Hoe langer je in deze fase verwarmd, hoe droger je bier, en hoe meer alcohol in je bier aanwezig is.

Alfa-amylase

De Alfa-amylase fase bepaalt de volheid en de zoetheid van je biertje. Deze fase wordt bereikt op een temperatuur van 71-73 graden. Hierbij geldt: hoe langer je hierin verwarmd, hoe zoeter en vol je bier wordt.

Experimenteren met bier brouwen

In deze stap van het bierbrouwen kun je goed experimenteren. Wil je graag een vol en zoet biertje brouwen? Dan is het goed om wat langer te maischen op 72 graden. Liever droog en wat alcoholischer? Dan juist wat langer op 62 graden. Maar probeer hierin uit, je kunt natuurlijk ook mixen.